Historical context
Background
Dossiers
| Oostenrijkse joden na de Anschluss |
|
There are no translations available. De Anschluss - de opname van Oostenrijk in het Derde Rijk - vond plaats op 12 maart 1938 nadat de Wehrmacht, samen met SS- en politie-eenheden de Duits-Oostenrijkse grens over waren getrokken. Een dag later werd deze aldus geforceerde Anschluss officieel op basis van het Gesetz über die Wiedervereinigung Österreichs mit dem Deutschen Reich. Op 10 april vond er in Oostenrijk een referendum plaats: uit de uitslag, die hoogstwaarschijnlijk gemanipuleerd is, bleek dat 99% van de Oostenrijkers de Anschluss steunde.
Vrijwel gelijk na de Anschluss begon in Oostenrijk de vervolging van joden. Een ware uittocht was het gevolg, zowel door de lucht - een krantenartikel uit het archief bericht over overvolle KLM-vluchten van Wenen naar Amsterdam (toegang 68) - als over land. Aan de Nederlandse grens ontstond hierdoor een ingewikkelde situatie: er was onduidelijkheid over de geldigheid van Oostenrijkse papieren, over de status van de zogenoemde ‘oud-Oostenrijkers’, over de mogelijkheid en noodzaak hen op te nemen, en over de toelatingseisen die aan deze specifieke groep gesteld moesten worden. Om de toestroom te beperken, werden al snel hoge eisen gesteld. Zo moesten vluchtelingen om in aanmerking te komen voor een tijdelijk verblijf minstens over 500 Oostenrijkse Schillingen beschikken: voor vestiging in Nederland gold het bezit van 10.000 gulden als voorwaarde. (Toegang 59)
Uit de intensieve correspondentie tussen de Duitse consulaten, het Duitse gezantschap en het Auswärtige Amt in Berlijn blijkt dat er ook aan Duitse zijde veel onduidelijkheid bestond, onder andere omdat de Nederlandse reactie niet te voorzien was. Hoe bijvoorbeeld om te gaan met het Nederlandse verzoek om ‘terugkeergaranties’? (Toegang 370)
|

