Historisch kader
Achtergrond
Dossiers
| De Kristallnacht en de in Duitsland woonachtige Nederlandse joden |
|
Tijdens de pogromnacht van 9 op 10 november 1938 - ook wel Reichskristallnacht genoemd - werden in heel Duitsland joden aangevallen, vermoord of tot zelfmoord aangezet. Er werden synagogen in brand gestoken en joodse winkels, woningen en begraafplaatsen vernield. In de daarop volgende dagen werden ongeveer 30.000 joden in concentratiekampen opgesloten.
Na de Kristallnacht (NIOD 2068)
De pogrom markeert een overgang van de verdrijving van de Duitse joden naar het buitenland via het middel van discriminatie, naar een toenemende systematische vervolging. In het Derde Rijk verbleven in 1938 ook joden met een Nederlandse nationaliteit. Hun eigendommen werden tijdens de Kristallnacht evenmin gespaard, wat tot grote verontwaardiging leidde op het Nederlands gezantschap in Berlijn. Op 14 november 1938 zond de gezant een brief aan het Auswärtige Amt waarin onmiddellijke schadeloosstelling werd geëist. Dat de Nederlandse slachtoffers de geleden schade - conform het Duitse beleid - zelf zouden vergoeden, was onacceptabel. Meerdere joodse Nederlanders stuurden vervolgens beschrijvingen van hun verwoeste inboedel naar het gezantschap, waarna deze met een verzoek tot schadeloosstelling werden doorgestuurd naar het Auswärtiges Amt. (Toegang 313)
Over de verdere afhandeling van deze kwestie is niets bekend.
|


