Historisch kader
Achtergrond
Dossiers
| De 'Feldscher-Aktion' |
|
In de periode 1943/44 verzocht Groot-Brittannië het Derde Rijk om de uitlevering van 500 joodse kinderen. Het Auswärtige Amt omschreef dit als de ‘Feldscher-Aktion’. De naamgever was de Britse contactpersoon: de Zwitserse diplomaat Peter. A. Feldscher, die in Berlijn ‘Schutzmachtvertreter’ van Zwitserland was. De Britten toonden zich bereid de kinderen toe te laten tot Palestina en hoopten te kunnen onderhandelen over een uitreis uit Bulgarije en Roemenië. Uiteindelijk bleef het initiatief - waarover anderhalf jaar onderhandeld werd - zonder resultaat.
Uit historisch onderzoek is gebleken dat voor het Auswärtige Amt bij deze ‘reddingsactie’ niet het leven van de kinderen op de voorgrond stond, maar de propagandistische waarde die het tegenhouden van de uitlevering had in de context van de politieke belangen van Duitsland in het Nabije Oosten. Voor de Britten was de actie vooral bedoeld om de publieke opinie gerust te stellen: het redden van joden was geen primair oorlogsdoel. Uit de documenten van het Auswärtige Amt blijkt dat ook het Zweeds gezantschap in Berlijn, als Schutzmacht voor Nederland, zich inzette voor de uitreis van - onder anderen - deze 500 kinderen. (Toegang 506)
|

