English (United Kingdom)
  • Home
  • Zoeken in het archief
  • Verder lezen
  • Colofon
  • Contact
Tekstgrootteminplus
 
'Vluchtelingen' van Martin Monnickendam, 1936
Collectie Joods Historisch Museum, Amsterdam

Historisch kader

  • Het Auswärtige Amt
  • Migratie en vervolging

Achtergrond

  • De Jodenvervolging in Nederland
  • Vluchtelingen in Nederland
  • De migratie van Duitse Joden
  • Nederlands vreemdelingenbeleid
  • De opvang van Duitse Joden

Dossiers

  • Het AA en de Endlösung
  • De Conferentie van Évian
  • Discussie over vluchtelingen
  • Duitse wetenschappers in Exil
  • De 'Feldscher-Aktion'
  • Hoop op terugkeer?
  • De Kristallnacht
  • Nederlands-Duitse samenwerking
  • Nederlands protest
  • Oostenrijkse joden na Anschluss
  • Zweden als Schutzmacht
Het Auswärtige Amt

Het archief van het Auswärtige Amt over de periode 1933-1945 is de Tweede Wereldoorlog vrijwel ongeschonden doorgekomen en vormt de schriftelijke weerslag van het functioneren van het Duitse Ministerie van Buitenlandse Zaken en de daaraan verbonden diplomatieke vertegenwoordigingen ten tijde van het Derde Rijk. Het archief bevat documenten die inzichtelijk maken hoe het Auswärtige Amt de Holocaust, die zich in grote delen van het bezette Europa afspeelde, diplomatiek faciliteerde en afdekte. Het bekendste document is ongetwijfeld het enige bewaard gebleven exemplaar van de notulen van de Wannsee-conferentie over de Endlösung der Judenfrage. Nadat de archieven in 1945 door geallieerden waren geconfisqueerd, werden zij in 1948 naar Groot-Brittannië overgebracht en daar wetenschappelijk bewerkt. De documenten speelden ook een belangrijke rol bij het zogeheten Wilhelmstrasse-proces van 1947-1949 waarbij medewerkers van Duitse ministeries, waaronder het Auswärtige Amt, werden aangeklaagd. Tussen 1951 en 1958 keerden de dossiers terug naar West-Duitsland.

 

Uit het archief van het Auswärtige Amt blijkt dat tussen 1933 en 1940 met betrekking tot Nederland als gebruikelijk de belangen behartigd werden van Duitsland in het algemeen, zo ook van Duitsers die in Nederland verbleven. Het Auswärtige Amt beschikte daartoe over een Gezantschap in Den Haag en Consulaten in onder andere Amsterdam, Arnhem, Dordrecht, Groningen, Harlingen, Maastricht, Nijmegen, Rotterdam, Venlo, Vlissingen en IJmuiden.]De activiteiten betroffen naast persoonlijke (visum)kwesties, zowel politieke als economische en culturele zaken. In 1934 kwam de berichtgeving over Duitse vluchtelingen/immigranten (joden/communisten), zo ook de Nederlandse omgang daarmee, er als een extra taak bij. Bijzondere aandacht ging uit naar berichten in de media, Kamerdebatten en de activiteiten van maatschappelijke en politieke organisaties. In 1940, na de instelling van dr. Arthur Seyss-Inquarts burgerlijk bestuur, nam de diplomaat Otto Bene de berichtgevingstaak over; nu was het echter de jodenvervolging in Nederland die centraal stond.

 

In het bewaard gebleven archief van het Auswärtige Amt bevinden zich vier dossiers die specifiek betrekking hebben op joden in Nederland.

 

  • Akten aus der deutschen Gesandtschaft in Den Haag (Den Haag 92), opgesteld in Den Haag in de periode 1935-1938.
  • Akten des Niederlande-Referats (R102895), samengesteld op het ministerie in Berlijn in de periode 1936-1941.
  • Akten der Referatsgruppe Inland (R99428-99430), samengesteld op het ministerie in Berlijn in de periode 1942-1945
  • Akten der Referatsgruppe Inland (R 100876), samengesteld op het ministerie in Berlijn in de periode 1941-1944.

 

Sinds de oprichting van het Duitse Keizerrijk was het Auswärtige Amt het instrument van de Duitse staat om buitenlandse politiek te bedrijven. Het ministerie was rijk aan traditie en werd geleid door beroepsdiplomaten, die voorkwamen uit de aristocratie en de gegoede burgerij. Het kader hing doorgaans een wereldbeeld aan waarin conservatisme vermengd was met antidemocratische, antiliberale en antisemitische gevoelens. De belangrijkste taak van het Auswärtige Amt bestond er uit een betrouwbare inschatting te maken van de ontwikkelingen in het buitenland opdat daarop een succesvol buitenlands beleid kon worden gebaseerd. De ambassades en gezantschappen waren daarbij van belang. Zij dienden bovendien de handel en culturele uitwisseling te bevorderen. Na 1933 ontstonden er nieuwe concurrerende politieke organisaties - bijvoorbeeld de Auslandorganisation der NSDAP of de Dienststelle Ribbentrop - maar deze slaagden er niet in om de traditionele diplomatie te vervangen. Het Auswärtige Amt werd een belangrijke steunpilaar van de nieuwe nazistische machthebbers. Aussenminister Constantin Freiherr von Neurath (werkzaam van 1932 tot 1938) wist mede dankzij het deftige Auswärtige Amt de revisionistische buitenlandse politiek van het Derde Rijk goed te camoufleren. Tegelijkertijd onderschreven veel diplomaten de these dat het ‘wereldjodendom’ Duitsland aartsvijand was. Onder Von Ribbentrop (werkzaam van 1938 tot 1945) nam de invloed van de SS op het ministerie toe. De samenwerking op het gebied van de ‘Endlösung’ verliep zonder problemen. Een vertegenwoordiger van het Auswärtige Amt nam in januari 1942 deel aan de Wannsee-conferentie. Dit betekende in de praktijk dat de traditionele buitenlandse politiek steeds meer verweven raakte met bezettings- en vernietigingspolitiek. De zogenoemde ‘Judenpolitik’ was in deze context een beleidsterrein dat kon compenseren dat het onderhouden van buitenlandse betrekkingen - aanvankelijk bij uitstek het terrein van het Auswärtige Amt – in het Derde Rijk aan belang had ingeboet.

 

  • H.J. Döscher, Das Auswärtige Amt im Dritten Reich. Diplomatie im Schatten der ‘Endlösung’ (Berlijn 1987)
  • J. Hürter e.a. ed., Biographisches Handbuch des deutschen Auswärtigen Dienstes 1871-1945 Band I (Paderborn 2000) XXI-XXXIX.
  • E. Jäckel, P. Longerich en J.H. Schoeps, ‘Auswärtiges Amt’, in: Enzyklopädie des Holocaust. Die Verfolgung und Ermordung der europäischen Juden (Berlin 1993) 136-142.
  • K. Krieger, ‘Auswärtige Amt (AA)’, in: W. Benz, H. Graml en H. Weiß ed., Enzyklopädie  des Nationalsozialismus (München 1997) 386.
Hebreeuwse vertaling
< Vorige
 

Instanties

  • Abteilung D
  • Auslandorganisation der NSDAP
  • Het Duitse Gezantschap
  • Gestapo
  • Gruppe Inland II
  • Reichssicherheits-Hauptamt
  • Rijkscommissariaat
  • Schutzstaffel (SS)
  • Sicherheitsdienst (SD)
  • Sicherheitspolizei

Personen

  • Johan Albarda
  • Otto Bene
  • Graf von Zech-Burkersroda
  • Hendrikus Colijn
  • Adolf Eichmann
  • Carel Goseling
  • Franz Rademacher
  • Josef van Schaik
  • Eberhard von Thadden
  • Horst Wagner