English (United Kingdom)
  • Home
  • Zoeken in het archief
  • Verder lezen
  • Colofon
  • Contact
Tekstgrootteminplus
 
'Vluchtelingen' van Martin Monnickendam, 1936
Collectie Joods Historisch Museum, Amsterdam

Historisch kader

  • Het Auswärtige Amt
  • Migratie en vervolging

Achtergrond

  • De Jodenvervolging in Nederland
  • Vluchtelingen in Nederland
  • De migratie van Duitse Joden
  • Nederlands vreemdelingenbeleid
  • De opvang van Duitse Joden

Dossiers

  • Het AA en de Endlösung
  • De Conferentie van Évian
  • Discussie over vluchtelingen
  • Duitse wetenschappers in Exil
  • De 'Feldscher-Aktion'
  • Hoop op terugkeer?
  • De Kristallnacht
  • Nederlands-Duitse samenwerking
  • Nederlands protest
  • Oostenrijkse joden na Anschluss
  • Zweden als Schutzmacht
De Jodenvervolging in Nederland

Voor Joden Verboden

 

Vrijwel direct na de aanvang van de bezetting, werd een begin gemaakt met het uitsluiten van joden uit de Nederlandse samenleving. Vanaf eind augustus 1940 mochten er geen joodse ambtenaren meer worden benoemd en in oktober van dat jaar volgde de Ariërverklaring, die door vrijwel alle ambtenaren werd ingevuld. Op 21 oktober kondigde de bezetter aan dat alle joodse ambtenaren moesten worden ontslagen. In januari 1941 werd joden de toegang tot bioscopen en theaters ontzegd en werd een aanmeldingsplicht van kracht. In september volgden de bordjes ‘Voor Joden Verboden’ in alle openbare gelegenheden.

 

Razzia op Joden, Jonas Daniel Meyer plein

Razzia op Joden, Jonas Daniel Meyer plein, 22 februari 1941 (NIOD 97185)

 

Na de Februaristaking in 1941 kwam de vervolging van joden in een stroomversnelling. In Amsterdam werd de Zentralstelle für jüdische Auswanderung actief, opgezet als kantoor voor vrijwillige emigratie, maar bedoeld als orgaan voor algehele deportatie. De fase gekenmerkt door isolatie werd hiermee afgesloten. De Duitsers begonnen nu met razzia’s, die oorspronkelijk vooral waren bedoeld om angst aan te jagen. Daarnaast werden werkloze joodse mannen (die veelal eerst door alle uitsluitingsmaatregelen hun baan waren kwijtgeraakt) vanaf begin 1942 overgebracht naar werkverschaffingskampen in Noord- en Oost-Nederland. In mei 1942 werd de Jodenster verplicht gesteld en werden duizenden Nederlandse joden, in afwachting van deporatie, gedwongen naar Amsterdam te verhuizen. In februari 1941 was de Joodse Raad opgericht, die in theorie een bemiddelende rol moest spelen tussen de Duitsers en de joodse bevolking. Medio ‘42 reed de eerste trein van Amsterdam naar Westerbork, het doorgangskamp waar vandaan veel Nederlandse joden naar Auschwitz of Sobibor werden getransporteerd. Eind september 1943 vond de laatste grote razzia plaats in Amsterdam. Van de 107.000 gedeporteerde joden kwamen er zo’n 5000 terug.

 

Tijdens de bezetting wisten de Duitsers niet goed wat er met de ‘buitenlandse joden’ moest gebeuren. De anti-joodse maatregelen hadden in principe ook betrekking op joden met een niet-Nederlands paspoort, maar het Auswärtige Amt achtte het van belang rekening te houden met de verschillende nationaliteiten en het Rijkscommissariaat, op zijn beurt, ging daarin mee. Joden die staatsburger waren van landen die waren geannexeerd of bezet, kregen niet vanzelfsprekend speciale bescherming. Het lot van staatsburgers van bij Duitsland aangesloten landen hing af van de mate waarin de regering zich om hen bekommerde. Kroatië, Slowakije en Roemenië toonden geen interesse, terwijl Denemarken, Finland, Italië, Hongarije en Roemenië wel joodse burgers terugeisten. Joodse burgers uit neutrale staten - zoals Zweden, Zwitserland, Spanje, Portugal, Liberia, Argentinië en Turkije - konden op meer consideratie rekenen. Ook staatsburgers van vijandige mogendheden - Groot-Brittannië en de VS - werden voorzichtig behandeld; men vreesde de consequenties voor Duitse burgers in die landen. De speciale status van sommige buitenlandse joden bleek ook ontsnappingsmogelijkheden te creëren. De consuls van Paraguay, Honduras en el Salvador in Zwitserland, en van Equador in Stockholm verstrekten tegen gepaste betaling papieren. Het bezit van een dergelijk paspoort betekende, ondanks alle chaos en willekeur, een langer verblijf in Nederland, en uiteindelijk deportatie naar ‘uitwisselingskamp’ Bergen-Belsen; velen stierven daar in de maanden voor de bevrijding alsnog.

 

De Duitse joden konden vanaf het begin van de bezetting op de bijzondere ‘aandacht’ van de bezettingsautoriteiten rekenen wat onder andere bleek uit arrestaties, gedwongen verhuizingen en opsluiting in Westerbork. De vraag of Duitse joden tijdens de Duitse bezetting van Nederland uiteindelijk een grotere overlevingskans hadden dan Nederlandse joden is na 1945 herhaaldelijk gesteld. Uit statistisch onderzoek komt echter naar voren dat nationaliteit geen significante invloed heeft gehad op de overlevingscijfers. Het is echter ook duidelijk dat Duitse joden in Nederland in mei 1940 door hun ervaringen in nazi-Duitsland beducht waren voor het komende bezettingsbestuur en daardoor wellicht eerder bereid waren te vluchten. Anderzijds ontbrak het hen vaak aan de daarvoor noodzakelijke contacten en financiering. Dat Duitse joden in de administratie in kamp Westerbork een belangrijke rol vervulden - en daarmee ook hun eigen positie verdedigden - is meermalen vastgesteld. De historicus Bob Moore merkte hierover echter op dat het de structuren van het vervolgingssysteem waren die er toe leidden ‘dat een selecte groep een voorsprong kreeg in het gedrang om posities die uitzicht op (in ieder geval tijdelijke) veiligheid boden’.

 

www.verzetsmuseum.org/tweede-wereldoorlog/nl/achtergrond/achtergrond,jodenvervolging/overzicht_1940_1945

 

  • C. R. Browning, The Final Solution and the German Foreign Office. A study of Referat III of Abteilung Deutschland 1940-1943 (New York/Londen 1978) 102-108.
  • J.Th.M. Houwink ten Cate, ‘Demografische en sociale kenmerken van het jodendom in Nederland tijdens de vervolging’, Oorlogsdocumentatie ’40-’45: jaarboek van het Rijksinstituut voor Oorlosdocumentatie I (1989) 9-66.
  • P. Griffioen en R. Zeller, Jodenvervolging in Nederland, Frankrijk en België. 1940-1945 (Amsterdam 2010).
  • L. de Jong, Het Koninkrijk der Nederlanden in de Tweede Wereldoorlog Deel 6. Juli ’42 – Mei ’43 (Den Haag 1976) 262-267.
  • B. Moore, Slachtoffers en overlevenden. De nazi-vervolging van de joden in Nederland (Londen 1998) 158-161 en 256-271.
  • P. Tammes, ‘Jewish Immigrants in the Netherlands during the Nazi Occupation’, in: Journal of Interdisciplinary History 37-4 (2007) 543-562.
Hebreeuwse vertaling
 

Instanties

  • Abteilung D
  • Auslandorganisation der NSDAP
  • Het Duitse Gezantschap
  • Gestapo
  • Gruppe Inland II
  • Reichssicherheits-Hauptamt
  • Rijkscommissariaat
  • Schutzstaffel (SS)
  • Sicherheitsdienst (SD)
  • Sicherheitspolizei

Personen

  • Johan Albarda
  • Otto Bene
  • Graf von Zech-Burkersroda
  • Hendrikus Colijn
  • Adolf Eichmann
  • Carel Goseling
  • Franz Rademacher
  • Josef van Schaik
  • Eberhard von Thadden
  • Horst Wagner