Historisch kader
Achtergrond
Dossiers
| Zweden als Schutzmacht |
|
Tijdens de Duitse bezetting van Nederland trad Zweden op als Schutzmacht van Nederland. Dit betekende dat Zweden de diplomatieke belangen behartigde van Nederlanders - dus ook gedeporteerde joodse Nederlanders - die in Duitsland verbleven. Zweden werd serieus genomen omdat het land elders in de wereld optrad als Schutzmacht voor Duitsland. In 1941 probeerde de Zweedse gezant in Berlijn via het Auswärtige Amt Nederlandse joden die in Duitse concentratiekampen waren gevangengezet te bezoeken; ook verzocht hij om hun uitlevering. In 1944 werd daarop een poging ondernomen tot uitwisseling van zo’n 2000 tot 3000 in Nederland geïnterneerde joden die in het bezit waren van een zogenoemd Palestina-bewijs. Zij zouden hiermee naar Palestina kunnen uitreizen.(Toegang 506)
Deze en vergelijkbare initiatieven hadden zelden tot nooit het gewenste resultaat. Het herhaaldelijk ingediende verzoek tot het bezoeken en uitlevering van de in 1941 naar Duitsland gedeporteerde joden werd door het Auswärtige Amt bewust onbeantwoord gelaten: ‘(..) eine Ablehnung müsste in irgendeine Form begründet werden, was bei der Materie ausserordentlich schwierig sein würde.’(Toegang 506)
Ook werd - na dreigementen door Zweden dat zij niet langer als Schutzmacht voor Duitsland op zou treden als laatstgenoemde geen gehoor gaf aan haar verzoeken (toegang 511) – door gezant Otto Bene het plan geopperd om de Nederlandse Joden hun Nederlands staatsburgerschap te ontnemen. Zweden zou hun belangen dan niet langer kunnen behartigen. De Schutzmacht in het duister te laten tasten, bleek voor nazi-Duitsland een geschikte methode om aan haar bemoeienis te ontkomen. De via het Zweeds gezantschap ingediende informatieverzoeken over naar Duitsland of het Oost-Europa gedeporteerde joden, werden vaak in eufemistische bewoordingen of helemaal niet beantwoord. (Toegang 479)
|

